Dagobert
20 februari 2025
Foto's: Dagobert Bergmans, Maud Aarts, Jessica van Bossum
Om hete, droge zomers te kunnen overbruggen hebben we een grote voorraad schoon water nodig. Een betere bestemming voor de twee enorme voormalige mestkelders kunnen we ons niet voorstellen. Samen met onze installateur hebben we een plan uitgewerkt om deze watervoorraad ook te gebruiken voor het doorspoelen van de toiletten én voor de verwarming van de gebouwen. Drie vliegen in één klap!
Water valt er gemiddeld genomen genoeg in Nederland. Heerlijk helder regenwater, het beste water voor onze planten, nog beter dan grond- of kraanwater! Alleen, het valt niet altijd wanneer de planten het nodig hebben. Om een watervoorraad op te bouwen verzamelen we het regenwater van de dakgoten en van de bestrating op het erf. Voordat het in de waterkelder verdwijnt zorgen we dat blad en zand worden opgevangen. Omdat er ook veel klein, vooral organisch stof in het water zit wordt het daarna nog door een helofytenfilter geleid. Zo zorgen we dat het water schoon is en de druppelleidingen niet verstoppen.
We hebben de waterkelders met elkaar verbonden en een lus van waterbuizen aangelegd door het voedselbos. Tezamen vormen deze een circuit waarin het water continu rond stroomt en zo warmte ‘uit de bodem ophaalt’, als bron voor de warmtepomp. In de zomer gebruiken we dit water als koeling en wordt er weer warmte in de bodem gestopt. De lus, een leiding van 500 meter, dient niet alleen om warmte uit te wisselen met de bodem, maar ook als aanvoer voor de druppelslangen in de verschillende delen van het voedselbos.
Eigenlijk zijn het vrij eenvoudige principes, maar al met al is de aanleg toch een heel project. Vóór de zomer van 2024 leggen we de buitenlus en druppelirrigatie aan, voor het geval het regenachtige weer tóch omslaat naar droogte. Dat blijkt achteraf niet nodig. Het echte werk moet dan nog beginnen: de grote schoonmaak van de kelders zelf. Bij de koop zijn de kelders ‘zuigleeg’ opgeleverd. Onderin blijft een laag van voornamelijk zand achter. Stel je voor: al die koeien die wat zand tussen de klauwen mee de stal in nemen, jaar in jaar uit. Dat verdwijnt allemaal de kelder in. Voor het grootste deel kan dit eruit worden geschept met een graafmachine; voorzichtig de betonnen mestplaten van de kelders af tillen en vervolgens met de bak over de bodem van de kelders schrapen. De machines kunnen niet overal bij, dus trekken we de regenpakken en laarzen aan om met scheppen, bezems, emmers en hogedrukspuit de kelder aan te pakken. Het hele gangenstelsel moet schoon. Best ingewikkeld, door de hoogteverschillen in de vloer van de kelders. Uiteindelijk komt er een grote stofzuiger aan te pas om de laatste restanten eruit te krijgen.
Voordat de vloer boven de waterkelders dichtgestort kan worden zijn er nog wat aanpassingen in die kelders nodig. Het water mag immers nergens stilstaan; er moet steeds uitwisseling zijn met de bodem. Met een pomp wordt gezorgd dat het circuit steeds in beweging is. Dus hier en daar metselen en elders gaten boren of wanden weghalen, om te zorgen dat er een doorlopend circuit ontstaat. Het is bijna jammer dat je er niets meer van kunt zien. Uiteindelijk wordt er een vlakke vloer over de roosters gestort. Dat is een prima werkruimte waar we straks mooi de oogst naar binnen halen.